Dieren en inrichting
Goede dierhouderij begint bij dieren die passen bij de ruimte, organisatie en functie van de locatie.
Dierenwelzijn, dierkeuze, huisvesting, registratie en inrichting beïnvloeden elkaar voortdurend. Een verblijf kan technisch ruim genoeg lijken, maar toch ongeschikt zijn voor de groep dieren of praktisch slecht werken voor verzorgers. Andersom kan een locatie goede plannen hebben terwijl het dierenbestand niet meer aansluit bij ruimte, budget of beschikbare deskundigheid. Kinderboerderijadvies bekijkt dieren en inrichting daarom als één samenhangend systeem.
Vier verdiepingsroutes
Beoordeling dierenwelzijn
en huisvesting
Onafhankelijke beoordeling van verblijf, groepssamenstelling, gedrag, rust, verzorging en praktische verbetermogelijkheden.
Dierregistratie en dierenadministratie
Dierenlijsten, UBN, I&R, mutaties,
herkomst en een controleerbare
administratie.
Herinrichting en
nieuw ontwerp
Dierinhoudelijke uitgangspunten
voor bestaande locaties die veranderen
of nieuwe plannen ontwikkelen.
Dierkeuzes, fokbeleid en collectiebeheer
Bewust bepalen welke dieren passen, hoeveel dieren verantwoord zijn en hoe populaties beheersbaar blijven.
Een dierlocatie is een samenhangend systeem
Een verblijf kan niet los worden beoordeeld van het aantal dieren, de ondergrond, voerplaatsen, binnenruimte, personele inzet en beschikbare middelen.
In de praktijk kan een locatie bijvoorbeeld beschikken over een grote buitenweide, maar toch welzijnsproblemen krijgen door zware overbegrazing, onvoldoende droge rustplekken, te weinig voerplaatsen of een binnenruimte die niet aansluit op de groepsgrootte. Andersom kan een relatief eenvoudige locatie goed functioneren wanneer dierbezetting, inrichting en beheer wél op elkaar zijn afgestemd.
Daarom wordt bij vraagstukken rond dieren en inrichting niet alleen gevraagd hoeveel vierkante meter beschikbaar is, maar ook wat de draagkracht van terrein en organisatie is.
Dierkeuze vóór ontwerp
Een veelgemaakte fout is eerst een verblijf ontwerpen en pas daarna bepalen welke dieren erin komen.
Kinderboerderijadvies draait dat liever om:
- Welke functie heeft de locatie?
- Welke dieren passen daarbij?
- Welke groepsgrootte is verantwoord?
- Welke ruimte en voorzieningen zijn daarvoor nodig?
- Is dit praktisch en financieel te beheren?
Ook de dagelijkse praktijk telt
Er wordt onder andere gekeken naar:
- Voeren.
- Schoonmaken.
- Mest.
- Afzonderen.
- Dierenarts.
- Transport.
- Publiekscontact.
- Veilig werken.
- Onderhoud.
- Vrijwilligerscapaciteit.
Relatie met het Kwaliteitskader
Dieren en inrichting vormen meerdere beoordelingsonderdelen binnen het ZooCO Kwaliteitskader.