Kinderboerderij én zorglocatie

Twee maatschappelijke functies op één dierlocatie

In de praktijk zijn veel kinderboerderijen ook een zorg- of dagbestedingslocatie.

Soms verzorgt een zorgorganisatie de volledige locatie. Soms biedt een kinderboerderijstichting plaats aan deelnemers van een externe zorgaanbieder. En soms is de gemeente eigenaar terwijl beheer, dierverzorging, vrijwilligers en zorg door verschillende partijen worden georganiseerd.
Juist deze combinatie kan veel maatschappelijke waarde hebben.
Maar zij vraagt ook extra duidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor de dieren, de deelnemers, medewerkers, vrijwilligers, bezoekers en gebouwen.

KinderboerderijAdvies kijkt naar de volledige locatie en de verbinding tussen beide functies.

Wie beheert de kinderboerderij en wie levert de zorg?

De partij die zorg levert is niet automatisch ook eigenaar of beheerder van de kinderboerderij.

Een stichting kan bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor dieren en publiek, terwijl een externe zorgorganisatie begeleiding levert.

Dat betekent dat beide organisaties eigen verantwoordelijkheden hebben en sommige onderwerpen elkaar direct raken.

Denk aan:

  • Wie bepaalt welke dieren worden gehouden.

  • Wie medewerkers en deelnemers instrueert.

  • Wie de dieren dagelijks controleert.

  • Wie verantwoordelijk is voor de gebouwen.

  • Wie een incident onderzoekt.

  • Wie de dierenarts inschakelt.

  • Wie betaalt voor noodzakelijke verbeteringen.

  • Wie beslist wanneer een dieractiviteit niet meer verantwoord is.

Deelnemer, vrijwilliger en bezoeker zijn niet hetzelfde

Een vrijwilliger die zelfstandig werkzaamheden uitvoert heeft een andere rol dan een deelnemer die binnen begeleide dagbesteding helpt.

Een bezoeker die tijdens openingstijden dieren ziet of aanraakt heeft weer een andere positie.

Die groepen kunnen op dezelfde dag allemaal aanwezig zijn.

Daarom moeten routes, instructies, diercontact, werkzones en toezicht bij de verschillende rollen passen.

Publieksfunctie verandert de praktijk

Wanneer een locatie openbaar toegankelijk is, moet bij dierenverblijven ook rekening worden gehouden met bezoekers.
Dieren moeten zich kunnen terugtrekken en medewerkers moeten kunnen voorkomen dat deelnemers of bezoekers dieren voortdurend benaderen.
Daarnaast kunnen hygiëne, handenwasvoorzieningen, publieksrouting, veiligheid, voorlichting, speelvoorzieningen en zoönosen een grotere rol krijgen.
Bij schapen en geiten kunnen vanwege publiekscontact bovendien specifieke maatregelen rond Q-koorts gelden.

Gemeente regelmatig belangrijke partij

Bij veel kinderboerderijen heeft een gemeente een rol als eigenaar van grond of gebouwen, subsidieverstrekker, opdrachtgever of beleidsverantwoordelijke.

Bij Wmo-gefinancierde ondersteuning heeft de gemeente daarnaast een rol in het organiseren van Wmo-toezicht.

Dat betekent niet dat de gemeente automatisch verantwoordelijk is voor alle dierenwelzijnsregels. Wel kan het noodzakelijk zijn dat gemeente, beheerder en zorgaanbieder gezamenlijk helder hebben welke kwaliteit wordt verwacht en wie welke verbetering moet uitvoeren.

Dierzorg moet één geheel blijven

De combinatie zorg en kinderboerderij mag niet leiden tot twee afzonderlijke werelden.

Voor het dier maakt het immers niet uit of de persoon die voert een beheerder, vrijwilliger, deelnemer of zorgmedewerker is.

Iedereen moet werken binnen dezelfde grenzen voor voeding, veiligheid, hygiëne, diercontact en welzijn.

Waar verder kijken?

Voor de
dierhouderij

Voor werkzaamheden
door deelnemers

Voor een
totaalbeeld:

Wilt u de combinatie onafhankelijk laten beoordelen?

KinderboerderijAdvies kan de kinderboerderijfunctie, zorgfunctie en verantwoordelijkheidsverdeling in één onderzoek meenemen.
Zo hoeft niet iedere partij alleen naar zijn eigen deel te kijken terwijl risico's juist op de grensvlakken ontstaan.