Normen, bronnen en onderbouwing

Elke norm moet duidelijk maken waarop zij is gebaseerd en hoe zij moet worden gelezen.

Het ZooCO Kwaliteitskader maakt bewust onderscheid tussen wettelijke verplichtingen, erkende externe kennis en aanvullende ZooCO-kwaliteitseisen. Dat voorkomt dat professionele aanbevelingen als wet worden gepresenteerd of dat bovenwettelijke keuzes hun onderbouwing verliezen. Voor dierenwelzijn, huisvesting, hygiëne, veiligheid en organisatie wordt gebruikgemaakt van passende officiële, wetenschappelijke en professionele bronnen. Op deze pagina wordt uitgelegd hoe die bronlagen worden gebruikt, geactualiseerd en vertaald naar de praktijk.

1. Wettelijke verplichtingen

Wet- en regelgeving vormt altijd de ondergrens.

Afhankelijk van locatie, diersoorten en activiteiten kunnen verschillende wettelijke regimes relevant zijn.

Wanneer een punt als wettelijke verplichting wordt beoordeeld, moet duidelijk zijn welke juridische basis daarbij hoort.

Het Kwaliteitskader vervangt geen beoordeling door bevoegd gezag en ZooCO treedt niet op als formele toezichthouder.

2. Erkende kennis en professionele richtlijnen

Niet ieder onderdeel van goede dierhouderij is tot in detail wettelijk voorgeschreven.

Daarom gebruikt het Kwaliteitskader waar relevant ook informatie en richtlijnen van onder meer:

  • Officiële overheidsinstanties.
  • Erkende kennisinstituten.
  • Veterinaire bronnen.
  • Wetenschappelijke literatuur.
  • Soortspecifieke houderijrichtlijnen.
  • Richtlijnen rond hygiëne en zoönosen.
  • Professionele standaarden uit het dierenbeheer.

3. Aanvullende ZooCO-kwaliteitseisen

Op onderdelen stelt het ZooCO Kwaliteitskader bewust hogere of concretere verwachtingen dan de wettelijke ondergrens.

Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn om:

  • Dierenwelzijn beter te borgen.
  • Kennis overdraagbaar te maken.
  • Onnodige risico's te voorkomen.
  • Continuïteit te verbeteren.
  • Verantwoordelijkheden aantoonbaar te maken.
  • Professionele dagelijkse uitvoering te ondersteunen.

Deze eisen worden als ZooCO-kwaliteitseis herkenbaar onderscheiden van wettelijke verplichtingen.

Dierenwelzijn breder beoordelen

Dierenwelzijn wordt niet uitsluitend beoordeeld op de afwezigheid van ziekte, letsel of duidelijke tekortkomingen.

Ook gedrag, keuzevrijheid, terugtrekmogelijkheden, sociale omstandigheden, omgeving en de mogelijkheid om positief welzijn te ervaren zijn relevant.

Waar passend kan hiervoor gebruik worden gemaakt van actuele wetenschappelijke welzijnsmodellen, waaronder de uitgangspunten van het Five Domains Model, de richtlijnen van het LICG en waar nodig de Husbandry Guidelines van de EAZA of vergelijkbare instituten. 

Van nieuwe informatie naar praktische actie

Actueel blijven betekent meer dan af en toe een document vervangen.

ZooCO volgt relevante wijzigingen in wet- en regelgeving, officiële overheidsinformatie, erkende vakinhoudelijke bronnen en nieuwe inzichten die voor publieke dierlocaties van belang kunnen zijn.

Niet iedere wijziging is voor iedere locatie relevant. Daarom wordt eerst beoordeeld voor welke typen locaties, dieren, activiteiten of verantwoordelijkheden een wijziging gevolgen kan hebben.

Wanneer een wijziging relevant is binnen een lopende borgings- of kennispartnerschapafspraak, wordt deze vertaald naar de praktijk. Daarbij kan bijvoorbeeld duidelijk worden:

  • Wat er is veranderd.

  • Voor welke locaties of activiteiten dit relevant is.

  • Of directe actie nodig is of alleen een controle.

  • Welke bestaande afspraken of documenten mogelijk moeten worden aangepast.

  • Wie daarvoor binnen de locatie verantwoordelijk is.

  • Of aanvullende beoordeling door een dierenarts, arbodeskundige, bevoegd gezag of andere specialist nodig is.

Zo hoeft een individuele locatie niet zelf voortdurend alle mogelijke regelgeving en officiële publicaties te volgen, terwijl de eigen verantwoordelijkheid om aan toepasselijke wet- en regelgeving te voldoen vanzelfsprekend blijft bestaan.

Context en proportionaliteit

Dezelfde norm hoeft niet op iedere locatie tot exact dezelfde praktische oplossing te leiden.

Een kleine dierenweide, grote kinderboerderij en zorglocatie verschillen in schaal, publieksfunctie, dierenbestand en organisatie.

Daarom wordt gekeken naar:

  • Doel van de norm.
  • Risico.
  • Type dier.
  • Praktische situatie.
  • Aantoonbaarheid.
  • Beschikbare alternatieven.
  • Mate waarin dierenwelzijn en veiligheid daadwerkelijk zijn geborgd.

Maatwerk betekent niet dat de ondergrens willekeurig wordt.

Actualisatie en versiebeheer

Wetgeving, wetenschappelijke inzichten en professionele standaarden veranderen.

Daarom wordt het Kwaliteitskader periodiek geactualiseerd.

Belangrijke wijzigingen worden verwerkt in:

  • Normen en toelichtingen.
  • Handboek.
  • Praktijkladder.
  • Werk- en beheerdocumenten.
  • Borgingsprocedures.

Waar nodig wordt aangegeven vanaf wanneer een gewijzigde norm wordt toegepast en of bestaande deelnemers tijd nodig hebben om hun werkwijze aan te passen.

Wat wordt openbaar gemaakt?

De opbouw, uitgangspunten, normlagen en belangrijkste externe bronnen worden openbaar toegelicht.

De volledige interne normtabellen, beoordelingsvragen, wegingen, auditinstrumenten en locatieformats worden niet als openbaar zelfbeoordelingspakket gepubliceerd.

Deze horen bij de bewaakte ZooCO-methodiek.

Onafhankelijk beoordelen betekent ook grenzen benoemen

ZooCO beoordeelt binnen de eigen deskundigheid.

Wanneer een vraag specialistische juridische, veterinaire, constructieve, arbotechnische of andere expertise vraagt, wordt dat benoemd en kan aanvullende deskundigheid nodig zijn.

Het Kwaliteitskader is daarmee geen vervanging van wettelijke toezichthouders of gespecialiseerde professionals.