Herinrichting en toekomstscenario’s voor dierlocaties

Eerst bepalen welke toekomst bij de locatie past, daarna pas investeren in gebouwen, verblijven en terrein. Praktisch advies voor gemeenten die een kinderboerderij, dierenweide of hertenkamp willen vernieuwen, verbeteren of heroverwegen

Kinderboerderijen en dierenweides zijn vaak door de jaren heen organisch gegroeid. Er is een stal bijgebouwd, een hek verplaatst, een nieuwe diergroep gekomen of een pad aangelegd. Dat kan lange tijd functioneren, maar uiteindelijk kan de inrichting niet meer passen bij de dieren, bezoekers, vrijwilligers, beschikbare ruimte of financiële mogelijkheden.

Dan is niet alleen de vraag hoe een verblijf moet worden aangepast. Eerst moet worden bepaald welke functie, omvang en kwaliteit de gemeente op langere termijn wil behouden. Dan ontstaat de vraag: verbeteren, vernieuwen, verkleinen, verplaatsen of stoppen?

Kinderboerderijadvies ondersteunt bij het onderzoeken en vergelijken van toekomstscenario’s voor kinderboerderijen, dierenweides, zorgboerderijen, hertenkampen en andere gemeentelijke dierlocaties.

Verdieping herinrichting en toekomstscenario's

Toekomstscenario’s voor een kinderboerderij of dierenweide

Behoud, verbetering,
professionalisering, verkleining,
herinrichting, verplaatsing of gefaseerde afbouw met elkaar vergelijken.

Programma van uitgangspunten voor een nieuwe dierlocatie

Eerst functie, dieren,
gebruikers,
beheer en verantwoordelijkheden
bepalen, daarna
ontwerpen.

Dierbestand en functie
opnieuw beoordelen

Onderzoeken of diersoorten,
aantallen en
groepssamenstellingen
nog passen bij ruimte, maatschappelijke
functie en beheercapaciteit.

Investeren, faseren of heroverwegen

Onderscheid maken tussen
urgente
maatregelen,
planbaar onderhoud, ontwikkelinvesteringen en fundamentele toekomstkeuzes.

Niet direct tekenen, maar eerst onderzoeken

Wanneer het bestaande functioneren van de locatie nog onvoldoende in beeld is, kan een quickscan of nulmeting eerst het startbeeld vormen. Daarmee wordt duidelijk welke problemen daadwerkelijk door de inrichting worden veroorzaakt en welke samenhangen met dierbezetting, beheer, organisatie, onderhoud of financiering.

Een nieuw ontwerp kan kostbaar zijn. Wanneer vooraf niet duidelijk is welke dieren, functies en beheervorm bij de locatie passen, bestaat het risico dat een fraai terrein wordt ontworpen dat in de dagelijkse praktijk niet goed werkt.

Daarom begint herinrichting bij vragen als:

  • Welke functie heeft de locatie voor de gemeente en omgeving?
  • Welke diersoorten passen bij de beschikbare ruimte?
  • Hoeveel dieren kan de organisatie verantwoord verzorgen?
  • Welke bezoekersfunctie en educatieve rol zijn gewenst?
  • Welke werkzaamheden moeten dagelijks kunnen worden uitgevoerd?
  • Welke gebouwen en voorzieningen kunnen behouden blijven?
  • Welke onderhouds- en exploitatiekosten zijn structureel haalbaar?
  • Welke verantwoordelijkheden liggen bij gemeente, beheerder en andere partijen?

Pas daarna kan een ruimtelijke en functionele inrichting worden ontwikkeld.

Verschillende toekomstscenario’s vergelijken

Niet iedere locatie hoeft automatisch in de huidige vorm te blijven bestaan. Afhankelijk van de situatie kunnen verschillende richtingen worden onderzocht.

Dat kan gaan om behoud met gerichte verbeteringen, professionalisering, verkleining van het dierenbestand, herinrichting, wijziging van de publieksfunctie, samenwerking met een zorg- of beheerorganisatie, verplaatsing, concentratie van meerdere voorzieningen of gefaseerde afbouw.

Het doel is niet om locaties gemakkelijk te sluiten. Het doel is te voorkomen dat de gemeente steeds opnieuw investeert zonder eerst vast te stellen welke toekomst werkelijk haalbaar en wenselijk is.

Uit de praktijk: een vraag over een verblijf kan een toekomstvraag blijken

Een herinrichtingsvraag begint regelmatig heel concreet. Een verblijf is verouderd, een terrein lijkt te klein of er is budget beschikbaar voor vervanging.
Tijdens een bredere beoordeling kan echter blijken dat niet alleen het gebouw aandacht vraagt. Ook het aantal dieren, beschikbare binnenruimte, dagelijkse arbeid, onderhoud, vrijwilligerscapaciteit en structurele exploitatie kunnen de toekomstige inrichting bepalen.
Dan is direct een nieuw verblijf tekenen niet altijd de eerste stap.  Eerst moet worden bepaald welke functie en omvang op langere termijn haalbaar zijn.
Daarna kan worden beoordeeld welke dieren, gebouwen en voorzieningen daarbij passen.

Dat kan uiteindelijk leiden tot uitbreiding, maar ook tot een andere indeling, minder diersoorten,
een kleiner dierenbestand, fasering van investeringen of een andere beheerconstructie.

Dierenwelzijn en beheerbaarheid als uitgangspunt

Een toekomstscenario moet niet alleen ruimtelijk aantrekkelijk zijn. Het moet ook aansluiten op
de behoeften van de dieren en uitvoerbaar zijn voor de mensen die er werken.

Daarom kan worden gekeken naar groepssamenstelling, bruikbare ruimte, binnen- en buitenverblijven, schuilmogelijkheden,
rust, terugtrekzones, bodem, klimaat, voervoorziening, quarantaine, mest, bezoekersrouting en werkroutes.

Ook wordt beoordeeld of vrijwilligers en medewerkers de locatie praktisch kunnen beheren. Een ontwerp met veel kleine verblijven,
ingewikkelde looproutes of arbeidsintensieve diergroepen kan op papier aantrekkelijk lijken, maar in de praktijk een structurele belasting veroorzaken.

De dierenkeuze hoort bij het toekomstplan

Herinrichting en dierkeuze kunnen niet los van elkaar worden beoordeeld. De beschikbare ruimte, binnenverblijven, bezoekersdruk, vrijwilligerscapaciteit en financiële middelen bepalen mede welke diersoorten en aantallen passend zijn.

Dat kan betekenen dat het dierenbestand anders moet worden samengesteld, fok moet worden beperkt of dat wordt gekozen voor minder soorten met kwalitatief betere verblijven.

Een kleinere, goed georganiseerde locatie kan maatschappelijk en educatief sterker zijn dan een grotere locatie die structureel tegen haar grenzen aanloopt.

Financiële gevolgen eerder zichtbaar maken

Een toekomstscenario moet niet alleen investeringskosten beschrijven. Ook onderhoud, energie, voer, dierenartszorg, personeel, vrijwilligersbegeleiding, registratie en vervanging moeten worden meegewogen.

Door deze gevolgen vroeg in beeld te brengen, kan de gemeente beter beoordelen welke variant op langere termijn betaalbaar en uitvoerbaar is.

Verbeteringen kunnen waar mogelijk worden gefaseerd. Urgente maatregelen worden dan onderscheiden van investeringen voor de middellange en lange termijn.

Wat kan Kinderboerderijadvies opleveren?

Afhankelijk van de opdracht kan Kinderboerderijadvies ondersteunen met een nulmeting, functionele terreinbeoordeling, uitgangspunten voor herinrichting, vergelijking van scenario’s, dierkeuzeadvies, prioriteiten, fasering en dierinhoudelijke input voor ontwerpers of andere specialisten.

Kinderboerderijadvies maakt geen formele bouwkundige berekeningen en vervangt geen architect, constructeur, landschapsarchitect of vergunningverlenende instantie. De meerwaarde ligt in het verbinden van dierenwelzijn, diermanagement, beheer, publieksfunctie, gemeentelijke verantwoordelijkheden en dagelijkse uitvoerbaarheid.

Nieuwe inrichting ook structureel borgen

Een nieuw of heringericht terrein blijft alleen goed functioneren wanneer beheer, onderhoud, registratie,
dierenartszorg, vrijwilligers en periodieke controle eveneens zijn georganiseerd.

Het ZooCO Kwaliteitskader kan al tijdens de voorbereiding worden gebruikt om uitgangspunten te beoordelen
en na ingebruikname te volgen of de afgesproken werkwijze daadwerkelijk functioneert.

Investeren in de bestaande locatie of eerst opnieuw naar de toekomst kijken?

Wanneer een verblijf, gebouw of terrein moet worden vernieuwd, is dat een logisch moment om niet alleen naar de technische vervanging te kijken.
Misschien past het huidige dierenbestand niet meer bij de beschikbare ruimte.
Misschien zijn dagelijkse werkzaamheden te arbeidsintensief, zijn onderhoudskosten structureel hoog
of wil de gemeente de maatschappelijke functie juist uitbreiden.

KinderboerderijAdvies kan helpen om eerst de bestaande situatie en mogelijke toekomstscenario’s naast elkaar te zetten.
Daarmee ontstaat een inhoudelijke basis voor verdere keuzes over dierbestand, inrichting, beheer, fasering en investering.
Pas daarna kan een architect, ontwerper of andere specialist gericht verder werken met duidelijke uitgangspunten.