Veiligheid en publiek
Een gastvrije dierlocatie vraagt om duidelijke grenzen, veilige routes en verantwoord contact.
Op een kinderboerderij, dierenweide of zorglocatie komen dieren, bezoekers, kinderen, medewerkers en vrijwilligers in dezelfde omgeving samen.
Daardoor kunnen veiligheid, hygiëne, zoönosen, publiekscontact, routing, educatie en dagelijkse werkpraktijk niet los van elkaar worden gezien. Kinderboerderijadvies helpt om zichtbare risico’s, voorzieningen, werkafspraken en verantwoordelijkheden in samenhang te beoordelen.
Waar een formele keuring of andere specialistische toets nodig is, wordt dat nadrukkelijk benoemd.
Direct naar
Veiligheid en
keuringen
Bezoekersroutes, hekwerken, speeltoestellen, onderhoud, zichtbare risico’s en de vraag wanneer formele keuring nodig is.
Beoordeling hygiëne,
zoönosen en bezoekersveiligheid
Praktische beoordeling van handenwassen, mest, schoonmaak, diercontact, kwetsbare bezoekers en beheersmaatregelen.
Educatie, training
en publieksbeleving
Goede publieksbeleving combineren met correcte informatie, respectvol diercontact en deskundige medewerkers en vrijwilligers.
Veiligheid zit vaak in de combinatie
Veel risico’s ontstaan niet door één los onderdeel.
Een hek kan op zichzelf goed zijn, maar toch onveilig worden wanneer:
- Bezoekers eroverheen voeren.
- Kinderen tussen werkverkeer lopen.
- Een poort regelmatig openstaat.
- Een dier vanuit het verblijf kan trappen of bijten.
- Een verzorgingsroute en bezoekersroute elkaar kruisen.
- Mestopslag bereikbaar is voor publiek.
- Vrijwilligers onvoldoende weten welke zones niet toegankelijk mogen zijn.
Daarom kijkt Kinderboerderijadvies naar de totale situatie.
Veiligheid is ook een beheerkwestie
Veel veiligheidsproblemen ontstaan niet omdat een voorziening vanaf de eerste dag verkeerd is ontworpen, maar omdat onderhoud, gebruik of verantwoordelijkheden in de loop der jaren veranderen.
Een hekwerk kan bijvoorbeeld technisch voldoende zijn, maar toch een risico vormen wanneer reparaties uitblijven, bezoekers door een dienstpoort lopen of niet duidelijk is wie gebreken moet melden en herstellen. Hetzelfde geldt voor bomen, waterkanten, stallen, paden, speeltoestellen en werkzones.
Daarom kijken we waar relevant ook naar eigendom en beheer. Wie inspecteert? Wie meldt een gebrek? Wie betaalt herstel? Wie mag een voorziening buiten gebruik stellen wanneer direct gevaar ontstaat?
Zeker bij gemeentelijke locaties is dat belangrijk, omdat dagelijks beheer vaak bij een stichting of vrijwilligersgroep ligt terwijl grond, gebouwen, hekwerk of groen eigendom van de gemeente zijn.
Publiekscontact moet passen bij het dier
Niet ieder dier is geschikt voor direct contact.
Ook bij dieren die gewend zijn aan bezoekers moet de mogelijkheid bestaan om:
- Afstand te nemen.
- Zich terug te trekken.
- Te rusten.
- Contact te vermijden.
- Ongestoord te eten.
- Niet voortdurend aangeraakt of gevoerd te worden.
Publieksbeleving mag niet betekenen dat dieren voortdurend beschikbaar moeten zijn.
Hygiëne en zoönosen
Dieren kunnen ziekteverwekkers overdragen op mensen. Goede handhygiëne na diercontact is daarom een belangrijke preventieve maatregel. RIVM adviseert onder meer handen wassen na contact met dieren en mest en vóór het eten.
Op publiekslocaties kan daarom worden gekeken naar:
- Handenwasvoorzieningen.
- Locatie van eet- en drinkplekken.
- Mestbeheer.
- Schoonmaak.
- Contactzones.
- Kwetsbare bezoekers.
- Informatie en bebording.
- Geboorteperiodes.
- Zieke dieren.
- Scheiding tussen werk- en publiekszones.
Speeltoestellen en andere voorzieningen
Veel kinderboerderijen combineren dieren met spelen.
De locatie moet dan niet alleen naar dierenveiligheid kijken, maar ook naar het beheer van speelvoorzieningen en de omgeving waarin deze staan.
Kinderboerderijadvies kan zichtbare aandachtspunten signaleren en documentatie en beheer op hoofdlijnen beoordelen.
Kinderboerderijadvies is geen aangewezen keuringsinstelling en vervangt geen formele keuring wanneer deze wettelijk nodig is.
Veiligheid voor medewerkers en vrijwilligers
Ook de mensen die dagelijks op de locatie werken hebben veilige werkwijzen nodig.
Denk aan:
- Werken met dieren.
- Tillen.
- Mest.
- Machines.
- Ladders.
- Gevaarlijke werkzones.
- Bijt- en traprisico.
- Diertransport.
- Schoonmaakmiddelen.
- Alleen werken.
De Arbowet geldt niet volledig op dezelfde wijze voor alle vrijwilligers, maar ook bij vrijwilligers blijven bij ernstige risico’s specifieke verplichtingen bestaan.
Waar formele arbotechnische beoordeling nodig is, wordt naar passende deskundigheid verwezen.
Wat kan Kinderboerderijadvies doen?
Afhankelijk van de vraag:
- Locatiebezoek.
- Veiligheidscheck op hoofdlijnen.
- Beoordeling van routing.
- Beoordeling bezoekerscontact.
- Hygiënecheck.
- Analyse van werkafspraken.
- Quickscan.
- Prioriteitenlijst.
- Verbeteradvies.
- Second opinion.
- Ondersteuning bij protocollen.
- Periodieke borging.
Wilt u weten waar de belangrijkste risico’s zitten?
Een onafhankelijke beoordeling kan helpen om onderscheid te maken tussen zichtbare risico’s, ontbrekende afspraken en onderwerpen waarvoor een formele specialistische toets nodig is.