Gemeentelijke borging binnen het ZooCO Kwaliteitskader
Eén kwaliteitslijn voor dierlocaties, met duidelijke verantwoordelijkheden voor locatie, gemeente en andere betrokken partijen.
Veel gemeenten hebben één of meerdere dierlocaties. Soms gaat het om een kinderboerderij. Soms om dierenweides, hertenkampen, paardenweitjes, zorglocaties, stichtingen, buurtinitiatieven of andere plekken waar dieren op gemeentegrond worden gehouden.
Vaak zijn deze locaties historisch gegroeid. De ene locatie heeft duidelijke afspraken, de andere draait vooral op vrijwilligers. Soms is de gemeente eigenaar van grond of gebouwen, soms subsidieverstrekker, soms opdrachtgever en soms vooral op afstand betrokken.
Dat kan jarenlang goed gaan. Tot er vragen komen.
- Wie is verantwoordelijk voor de dieren?
- Wie houdt UBN en I&R bij?
- Wie betaalt de dierenarts?
- Wie beslist over aan- en afvoer?
- Wie controleert of afspraken worden nagekomen?
- Wat gebeurt er als vrijwilligers stoppen?
- Welke basis verwacht de gemeente van elke dierlocatie?
Een gemeentelijk borgingskader helpt om die vragen niet pas te stellen wanneer er problemen zijn.
Onderdeel van het ZooCO Kwaliteitskader
Gemeentelijke borging is geen afzonderlijk keurmerk of losstaand kwaliteitssysteem. Het is de toepassing van het ZooCO Kwaliteitskader op situaties waarin een gemeente betrokken is bij één of meerdere publieke dierlocaties.
Die betrokkenheid kan verschillen. Een gemeente kan bijvoorbeeld eigenaar zijn van grond of gebouwen, subsidie verstrekken, opdrachtgever zijn, beheerafspraken maken of beleidsmatig verantwoordelijk zijn voor een voorziening.
Het Kwaliteitskader helpt om zichtbaar te maken hoe de verantwoordelijkheid tussen de dierlocatie, gemeente, eigenaar, beheerorganisatie en andere betrokken partijen is verdeeld.
De volledige beoordelingsmethodiek, formats en interne instrumenten worden niet openbaar gepubliceerd.
Niet alleen eisen aan de locatie
Een gemeente kan kwaliteit niet uitsluitend bij een kinderboerderij, dierenweide, stichting of vrijwilligersorganisatie neerleggen.
Binnen het Kwaliteitskader wordt daarom ook gekeken naar randvoorwaarden waarop de locatie zelf niet of slechts gedeeltelijk invloed heeft. Denk bijvoorbeeld aan eigendom, onderhoud, investeringen, financiering en afspraken over beheer.
De locatie blijft verantwoordelijk voor de onderdelen die daadwerkelijk bij haar horen. Tegelijk moet duidelijk zijn welke verantwoordelijkheden bij de gemeente, eigenaar of andere betrokken partij blijven.
Zo ontstaat een werkbare verdeling van verantwoordelijkheden zonder dat de gemeente het dagelijkse beheer hoeft over te nemen.
Van beoordeling naar blijvende borging
Een eenmalige beoordeling geeft alleen een beeld van dat moment.
Daarom werkt het Kwaliteitskader met periodieke actualisatie en borging. Veranderingen in dieren, medewerkers, vrijwilligers, bestuur, activiteiten, gebouwen, verantwoordelijkheden of wet- en regelgeving kunnen aanleiding geven om onderdelen opnieuw te beoordelen.
Niet ieder document hoeft ieder jaar volledig opnieuw te worden onderzocht. De borging wordt afgestemd op veranderingen, risico’s en de afspraken die voor de betreffende locatie of gemeente gelden.
Bij deelname wordt vastgelegd hoe actualisatie, periodieke beoordeling en eventuele locatiebezoeken worden ingericht.
Eén kwaliteitslijn, maatwerk per locatie
Wanneer een gemeente meerdere dierlocaties heeft, kan het Kwaliteitskader worden gebruikt als gezamenlijke kwaliteitslijn.
Dat betekent niet dat iedere locatie hetzelfde moet worden ingericht.
Een kleine dierenweide zonder personeel of intensief publieksprogramma vraagt een andere uitwerking dan een grote kinderboerderij met medewerkers, vrijwilligers, educatie, horeca of andere activiteiten.
De professionele basis blijft gelden, maar de uitwerking wordt afgestemd op functie, omvang, activiteiten en risico’s.
Meer informatie voor gemeenten
Wilt u weten hoe het Kwaliteitskader kan worden gekoppeld aan een nulmeting, verbeterroute, gemeentelijk beleid, beheerafspraken, subsidievoorwaarden of periodieke borging?
Bekijk dan de pagina Kwaliteitskader en gemeentelijke borging onder Gemeenten.
Daar wordt de gemeentelijke toepassing verder uitgelegd.
Kwaliteit vraagt ook duidelijke randvoorwaarden
Een gemeente kan kwaliteit niet alleen van een dierlocatie vragen. Ook moet duidelijk zijn welke randvoorwaarden de gemeente zelf organiseert of financiert.
Dat kan bijvoorbeeld gaan over eigendom en onderhoud van grond, gebouwen, hekwerken, bomen of waterkanten, maar ook over subsidie, groot onderhoud, plaagdierbeheersing of andere voorzieningen die niet uitsluitend bij de dagelijkse beheerder kunnen worden gelegd.
Het gemeentelijke borgingskader helpt daarom niet alleen eisen aan de locatie vast te leggen, maar ook verantwoordelijkheden tussen gemeente, eigenaar, stichting en beheerder expliciet te maken.
Zo ontstaat gedeelde zelfstandigheid: de locatie neemt verantwoordelijkheid voor het dagelijkse beheer en de afgesproken kwaliteit, terwijl de gemeente helder maakt welke randvoorwaarden en verantwoordelijkheden bij haar blijven.
Contact
Wilt u onderzoeken hoe het ZooCO Kwaliteitskader kan worden toegepast op één of meerdere gemeentelijke dierlocaties?
Neem contact op met KinderboerderijAdvies. In een eerste verkenning kijken we naar de locaties, de rol van de gemeente en de vraag die speelt.
Daarna kan worden bepaald of bijvoorbeeld een nulmeting, verbeterroute, gemeentelijke borging of kennispartnerschapsovereenkomst passend is.