Dieren op particuliere grond en gemeentelijke mogelijkheden

 Zorgvuldig onderscheid maken tussen dierenwelzijn, leefomgeving, grondgebruik, overlast en gemeentelijke bevoegdheden. Ook buiten gemeentegrond kunnen dierenwelzijn, leefomgeving, overlast en volksgezondheid elkaar raken.

Gemeenten ontvangen soms meldingen over dieren op particuliere grond. Aanleidingen kunnen uiteenlopen van grote aantallen dieren en gebrekkige huisvesting tot geur, mest, plaagdieren, geluid, vervuiling, onveilige afrastering of zorgen over de omgeving.

Het feit dat dieren op particuliere grond worden gehouden betekent niet automatisch dat de gemeente geen enkele rol heeft.
Het betekent evenmin dat iedere zorg met gemeentelijke regels kan worden opgelost.

Een zorgvuldige beoordeling begint daarom met het uit elkaar halen van de verschillende feiten, belangen, wettelijke kaders en bevoegde instanties.

Verdieping

Meldingen en
bevoegdheden

Een melding eerst feitelijk afbakenen en dierenwelzijn, leefomgeving, veiligheid en grondgebruik van elkaar onderscheiden.

Welke instantie
is verantwoordelijk?

Over de verschillende rollen van gemeente, NVWA, politie, omgevingsdienst en andere betrokken organisaties.

Gemeentelijke regels voor het houden van dieren

Over dierinhoudelijke onderbouwing, gemeentelijke belangen, proportionaliteit en juridische grondslag.

Overlast door voer, mest en plaagdieren

Over de samenhang tussen dierhouderij,
opslag, wering, schoonmaak,
hinder en de leefomgeving.

Niet iedere melding is uitsluitend een dierenwelzijnsmelding

Een bewoner kan melden dat dieren er slecht uitzien, terwijl daarnaast vragen spelen over het gebruik van grond, gebouwen, mestopslag, stank, ongedierte of gevaar voor de omgeving.

Deze onderwerpen kunnen onder verschillende regels en bevoegdheden vallen. Landelijke dierenwelzijnsregels worden niet automatisch door de gemeente gehandhaafd. De NVWA houdt toezicht op regels voor het houden, huisvesten en verzorgen van dieren, waaronder dieren op kinderboerderijen en andere locaties.

De gemeente kan afhankelijk van de concrete situatie wel te maken hebben met het omgevingsplan, lokale regelgeving, gebruik van bouwwerken, leefomgeving, geur, mestopslag, veiligheid of openbare orde.

Daarom moet per onderwerp worden vastgesteld welke partij bevoegd is en welke informatie nog nodig is.

Eerst de situatie feitelijk afbakenen

Voordat naar een maatregel wordt gezocht, moeten de feiten zo zorgvuldig mogelijk worden vastgesteld.

Relevante vragen kunnen zijn:

  • Welke dieren worden gehouden en hoeveel?
  • Wie is eigenaar en houder van de dieren?
  • Welke functie heeft de grond of het gebouw?
  • Is sprake van hobbymatig, bedrijfsmatig of ander georganiseerd gebruik?
  • Welke klachten, waarnemingen of risico’s zijn concreet vastgelegd?
  • Gaat het om dierenwelzijn, hinder, veiligheid, grondgebruik of een combinatie daarvan?
  • Welke regelgeving en gemeentelijke instrumenten kunnen mogelijk relevant zijn?
  • Welke instantie is voor ieder afzonderlijk onderdeel bevoegd?

Onbevestigde informatie wordt niet als feit gepresenteerd. Wanneer aanvullend onderzoek nodig is, wordt dat expliciet aangegeven.

Gemeentelijke en dierinhoudelijke sporen verbinden

Kinderboerderijadvies kan de dieren, huisvesting, aantallen, voeropslag, mest, terrein, afrastering en praktische situatie beoordelen en beschrijven. Ook kan worden gesignaleerd welke onderwerpen mogelijk relevant zijn voor gemeentelijke of andere specialistische beoordeling.

Daarmee wordt geen formeel juridisch of handhavend oordeel gegeven. De gemeentelijke organisatie en bevoegde instanties moeten vervolgens toetsen welke wettelijke grondslag, bevoegdheid en procedure van toepassing zijn.

Deze werkwijze voorkomt twee tegenovergestelde fouten. De gemeente hoeft een melding niet direct af te wijzen omdat de dieren op eigen grond staan, maar moet ook voorkomen dat zij rechtstreeks dierenwelzijnseisen probeert af te dwingen zonder passende bevoegdheid of juridische grondslag.

Van melding naar onderbouwde vervolgstap

Afhankelijk van de situatie kan een beoordeling leiden tot:

  • Een feitelijke locatieschets.
  • Een overzicht van dierinhoudelijke aandachtspunten.
  • Een scheiding tussen dierenwelzijn, leefomgeving en grondgebruik.
  • Een overzicht van ontbrekende informatie.
  • Advies over aanvullende deskundigheid.
  • Een voorstel voor afstemming met een bevoegde instantie.
  • Inhoudelijke voorbereiding voor gemeentelijke of bestuurlijke beoordeling.
  • Advies over monitoring of vervolgonderzoek.

Bij acute zorgen over dieren moet niet worden gewacht op een uitgebreid gemeentelijk beleidsproces. Dan moet worden beoordeeld welke bevoegde instantie direct moet worden benaderd.

Gemeentelijke regels moeten uitvoerbaar en verdedigbaar zijn

Wanneer een gemeente algemene regels, beleidsregels of vergunningsvoorwaarden wil ontwikkelen, moeten deze een passende gemeentelijke grondslag hebben en voldoende duidelijk, proportioneel en handhaafbaar zijn.

Een wens voor beter dierenwelzijn kan inhoudelijk begrijpelijk zijn, maar mag niet zonder meer als gemeentelijke wettelijke verplichting worden gepresenteerd. Wel kunnen dierenhouderij, plaagdieren, voeropslag, mest, afrastering en terreinbeheer raakvlakken hebben met leefomgeving, veiligheid of andere gemeentelijke belangen.

Kinderboerderijadvies kan helpen om de dierinhoudelijke noodzaak en praktische uitvoerbaarheid te beschrijven. De formele juridische toetsing blijft bij de gemeente of haar juridisch adviseur.

Ondersteuning bij een melding of beleidsvraag?

Wilt u een situatie met dieren op particuliere grond feitelijk laten beoordelen, verschillende bevoegdheidssporen uit elkaar halen of dierinhoudelijke input verzamelen voor gemeentelijke besluitvorming?

Neem contact op om de locatie, aanleiding en gewenste afbakening te bespreken.