Gemeentelijke regels voor het houden van dieren

Dierinhoudelijke noodzaak verbinden aan een passende gemeentelijke grondslag en uitvoerbare regels.

Gemeenten kunnen situaties tegenkomen waarin het houden van dieren gevolgen heeft voor grondgebruik, gebouwen, veiligheid of leefomgeving. Er kunnen bijvoorbeeld vragen ontstaan over aantallen dieren, mest, geur, voeropslag, plaagdieren, afrastering en beschikbare schuilmogelijkheden.

Niet iedere gewenste dierenwelzijnsmaatregel kan rechtstreeks als gemeentelijke regel worden opgelegd. Er moet steeds worden vastgesteld welk gemeentelijk belang wordt beschermd, welke wettelijke grondslag beschikbaar is en of de maatregel duidelijk, proportioneel en handhaafbaar is.

Kinderboerderijadvies kan de dierinhoudelijke en praktische noodzaak onderbouwen.
De gemeente en haar juridisch adviseur blijven verantwoordelijk voor de formele bevoegdheids- en rechtmatigheidstoets.

Verschillende juridische sporen

Afhankelijk van de situatie kunnen regels uit het omgevingsplan, lokale verordeningen, vergunningen, overeenkomsten of andere gemeentelijke instrumenten relevant zijn.

Onder de Omgevingswet kunnen ook bij hobbymatig gehouden dieren regels gelden. Welke regels op een concrete locatie van toepassing zijn, moet worden gecontroleerd via het Omgevingsloket en de geldende gemeentelijke regelgeving.

Daarom bestaat geen landelijk vast aantal dieren waarmee iedere particuliere dierhouderij automatisch wel of niet is toegestaan.

Dierinhoudelijke eisen moeten uitlegbaar zijn

Een regel over voeropslag kan bijvoorbeeld worden gemotiveerd vanuit het voorkomen van plaagdieren en overlast. Eisen aan afrastering kunnen samenhangen met veiligheid en het voorkomen van ontsnapping. Regels over mestopslag kunnen betrekking hebben op geur, vervuiling en leefomgeving.

Daarbij moet de formulering aansluiten op het doel. Een gemeente kan niet zonder passende grondslag een algemene dierenwelzijnsnorm omzetten in een lokale handhavingsregel.

Kinderboerderijadvies helpt om te beschrijven welk praktisch probleem bestaat, welke gevolgen kunnen optreden en welke maatregel inhoudelijk effectief en uitvoerbaar kan zijn.

Aandacht voor voer, mest en plaagdieren

Open of slecht afgesloten voer kan muizen, ratten en andere plaagdieren aantrekken. Ook gemorst voer, nestgelegenheid, onvoldoende wering en langdurige opslag van materialen kunnen overlast versterken.

Mest moet zodanig worden opgeslagen en afgevoerd dat de locatie praktisch beheersbaar blijft en onnodige hinder wordt voorkomen. Welke specifieke milieuregels gelden, hangt af van het type dierenhouderij, de omvang en de lokale situatie.

Een dierinhoudelijke beoordeling kan deze samenhang zichtbaar maken zonder vooruit te lopen op de formele gemeentelijke kwalificatie.

Proportionaliteit en uitvoerbaarheid

Regels moeten duidelijk maken voor wie zij gelden, welk doel zij dienen en hoe naleving kan worden vastgesteld.

Een open norm kan ruimte bieden voor maatwerk, maar ook leiden tot interpretatieverschillen. Een zeer gedetailleerde norm kan beter controleerbaar lijken, maar onredelijk uitpakken voor kleine of afwijkende situaties.

Daarom moeten juridische duidelijkheid, dierinhoudelijke effectiviteit en praktische uitvoerbaarheid gezamenlijk worden beoordeeld.

Ondersteuning bij beleid en regelgeving

Kinderboerderijadvies kan ondersteunen met praktijksituaties, dierinhoudelijke criteria, risico’s, uitvoeringsvragen en conceptteksten. Ook kan worden aangegeven waar aanvullende beoordeling door een jurist, omgevingsdienst, dierenarts, plaagdierdeskundige of andere specialist nodig is.

Gemeentelijke regels dierinhoudelijk laten beoordelen?

Wilt u onderzoeken welke problemen gemeentelijke aandacht vragen en welke maatregelen praktisch effectief en controleerbaar kunnen zijn?

Neem contact op om de beleidsvraag, bestaande regelgeving en lokale situaties te bespreken.