Dierenwelzijn & huisvesting
Goede dierzorg vraagt meer dan voldoende voer, water en beschutting.
Op een kinderboerderij of dierenweide moeten dieren iedere dag kunnen beschikken over een leefomgeving die past bij hun soort, leeftijd, gezondheid, groepssamenstelling en natuurlijke gedrag. Daarbij spelen niet alleen de afmetingen van een verblijf een rol, maar ook rust, keuzevrijheid, klimaat, bodems, sociaal contact, voerplaatsen, terugtrekmogelijkheden en de manier waarop bezoekers met de dieren in contact kunnen komen.
KinderboerderijAdvies kijkt daarom niet alleen naar hoe een verblijf eruitziet. We beoordelen ook hoe de dieren het verblijf daadwerkelijk kunnen gebruiken en of verzorging, gezondheid en huisvesting gedurende het hele jaar goed georganiseerd kunnen blijven.
Dierenwelzijn begint bij de dagelijkse praktijk
Een kinderboerderij is voor bezoekers een plek waar zij dieren kunnen zien en ontmoeten. Voor de dieren is het hun dagelijkse leefomgeving.
Dat betekent dat een verblijf niet in de eerste plaats moet worden ingericht vanuit zichtbaarheid of bezoekerscontact, maar vanuit wat de gehouden dieren nodig hebben.
Een dier moet bijvoorbeeld kunnen rusten zonder voortdurend benaderd te worden, droog en beschut kunnen liggen, voldoende toegang hebben tot voer en water en afstand kunnen nemen van soortgenoten of bezoekers.
Ook tijdens weekenden, vakanties, extreme weersomstandigheden, ziekte van vaste verzorgers of perioden waarin minder vrijwilligers beschikbaar zijn, moet goede dierzorg kunnen doorgaan.
Een verblijf moet daarom niet alleen diergericht zijn, maar ook praktisch verzorgbaar, schoon te houden, veilig toegankelijk en beheersbaar voor de organisatie.
Goede dierhouderij bestaat uit meerdere onderdelen
Bij een beoordeling kijken we in samenhang naar onderwerpen zoals:
-
Dierenwelzijn en gedrag.
-
Huisvesting en beschikbare ruimte.
-
Groepssamenstelling en sociaal contact.
-
Rust- en terugtrekmogelijkheden.
-
Voeding en drinkwater.
-
Diergezondheid en dagelijkse controles.
-
Dierenartszorg en preventieve afspraken.
-
Zieke dieren en afzonderingsmogelijkheden.
-
Quarantaine en introductie van nieuwe dieren.
-
Dierenbestand, UBN en I&R waar van toepassing.
-
Schoonmaak, voeropslag, mest en kadavers.
-
Deskundigheid van medewerkers en vrijwilligers.
-
Weekendzorg en personele achtervang.
-
Onderhoud van verblijven en voorzieningen.
De waarde zit juist in de verbinding tussen deze onderwerpen.
Een mooi verblijf biedt bijvoorbeeld onvoldoende zekerheid wanneer afwijkend gedrag niet tijdig wordt herkend. Een goed voerschema werkt niet wanneer wijzigingen alleen mondeling worden doorgegeven. En voldoende buitenruimte zegt weinig wanneer dieren tijdens langdurige regen, hitte, vorst of ophokmaatregelen niet passend kunnen worden gehuisvest.
Wettelijke ondergrens en professioneel niveau
Wet- en regelgeving rond dierenwelzijn en het houden van dieren vormt de ondergrens.
Maar goede dierhouderij gaat verder dan alleen de vraag of een situatie formeel is toegestaan.
Niet ieder onderdeel van goede huisvesting, dagelijkse controle, deskundigheid, onderhoud of
organisatorische continuïteit is tot in detail wettelijk voorgeschreven.
Daarom kijken we ook naar de praktische kwaliteit van de dierhouderij.
Kunnen dieren soortspecifiek gedrag vertonen? Zijn rust en terugtrekken werkelijk mogelijk?
Worden afwijkingen tijdig herkend? Is duidelijk wie handelt wanneer een dier ziek wordt?
En kan dezelfde kwaliteit ook worden geborgd wanneer vaste medewerkers of ervaren vrijwilligers tijdelijk niet aanwezig zijn?
Het doel is een dierhouderij die niet alleen vandaag functioneert, maar ook op langere termijn verantwoord en uitvoerbaar blijft.
Verdiep u verder
Dagelijkse verzorging en welzijnscontrole
Over dagelijkse observatie, voeding, water, lichaamsconditie, gedrag en het tijdig herkennen van afwijkingen.
Huisvesting, ruimte en terugtrekmogelijkheden
Over bruikbare ruimte, binnen- en buitenverblijven, klimaat, bodems, rustzones en soortgericht gedrag.
Diergezondheid, quarantaine en dierenartszorg
Over ziekte, verwondingen, dierenartsafspraken, medicatie, afzondering en het beperken van gezondheidsrisico’s.
Dierkeuze, groepssamenstelling, fok en herplaatsing
Over een passend dierbestand, sociale groepen, voortplanting, opvang, ouder wordende dieren en verantwoorde herplaatsing.
Niet ieder groot verblijf is een goed verblijf
De oppervlakte zegt niet alles.
Een verblijf kan ruim lijken, maar toch weinig bruikbare ruimte, onvoldoende droge ligplaatsen
of te weinig mogelijkheden bieden om soortgenoten en bezoekers te ontwijken.
Ook binnen- en buitenverblijven moeten als één jaarrondsysteem worden beoordeeld. Een ruime weide compenseert geen ongeschikt binnenverblijf. Een degelijk binnenverblijf lost geen gebrek aan schaduw, droge bodem, beschutting of voldoende buitenruimte op.
Daarbij zijn ook de inrichting en verdeling van de beschikbare ruimte belangrijk. Voerplaatsen, doorgangen, zichtlijnen, schuilmogelijkheden en rustzones bepalen mede of dieren daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de ruimte die op papier beschikbaar is.
Publiekscontact mag het verblijf niet bepalen
Kinderboerderijen hebben juist door hun publieke functie een bijzondere verantwoordelijkheid.
Dieren hoeven niet voortdurend zichtbaar, benaderbaar of aanraakbaar te zijn. Een dier dat zich terugtrekt, maakt een normale keuze en vertoont niet automatisch ongewenst gedrag.
Een goede inrichting geeft dieren daarom daadwerkelijk de mogelijkheid om afstand te nemen.
Dat hoeft de publieksbeleving niet te verminderen. Goede educatie kan bezoekers juist leren kijken naar diergedrag en uitleggen waarom rust, afstand en keuzevrijheid onderdeel zijn van verantwoord dierenwelzijn.
Het dierbestand en de organisatie moeten bij elkaar passen
Niet iedere diersoort die aantrekkelijk of educatief interessant lijkt, past automatisch bij iedere kinderboerderij.
Een diersoort kan inhoudelijk interessant zijn, maar toch niet passen bij de beschikbare ruimte, huisvesting, kennis, personele bezetting, financiële mogelijkheden of toekomst van de locatie.
Daarom moeten dierenkeuze, aantallen, groepssamenstelling en fokbeleid periodiek opnieuw worden beoordeeld.
Soms levert minder dieren of een eenvoudiger dierbestand uiteindelijk meer dierenwelzijn, betere verzorging, sterkere educatie en een beter uitvoerbare organisatie op.
Bij grotere vraagstukken kan een onafhankelijke nulmeting helpen om niet alleen één verblijf of diergroep te beoordelen, maar de samenhang tussen dierenwelzijn, huisvesting, beheer, registratie, veiligheid, organisatie en toekomst van de hele locatie zichtbaar te maken.
Dierenwelzijn binnen het kwaliteitskader
Binnen het ZooCO Kwaliteitskader Publieke Dierlocaties wordt dierenwelzijn verbonden aan onder andere huisvesting, registratie, dagelijkse uitvoering, deskundigheid, onderhoud, financiën en aantoonbare opvolging van verbeterpunten.
Daarmee wordt niet alleen beoordeeld hoe de dieren er tijdens één bezoek bij staan, maar ook of de locatie goede dierzorg op langere termijn kan blijven waarmaken.
Het Kwaliteitskader is geen keurmerk en vervangt geen wettelijk toezicht. Het biedt een systematische manier om kwaliteit te beoordelen, verbeteringen te organiseren en belangrijke afspraken structureel te borgen.
Dierenwelzijn of huisvesting laten beoordelen?
Twijfelt u of een verblijf nog passend is, wilt u een diergroep beoordelen of
wilt u weten hoe dierenwelzijn en huisvesting binnen de volledige locatie zijn georganiseerd?
KinderboerderijAdvies kan een specifiek verblijf of diergroep beoordelen, maar ook breder naar de kinderboerderij of dierenweide kijken.
Neem contact op om de dieren, omstandigheden en aanleiding te bespreken.