Meldingen en bevoegdheden bij dieren op particuliere grond

Eerst vaststellen waar de melding werkelijk over gaat en welke instantie voor ieder onderdeel verantwoordelijk is.

Meldingen over dieren op particuliere grond kunnen verschillende onderwerpen tegelijk bevatten. Er kunnen zorgen zijn over dierenwelzijn, terwijl omwonenden daarnaast overlast ervaren door geur, mest, geluid, voer, plaagdieren of onveilige afrastering.

Niet ieder onderdeel valt onder dezelfde regelgeving of bevoegde instantie. Het feit dat dieren op particuliere grond staan, betekent niet dat de gemeente iedere melding moet afwijzen. Het betekent evenmin dat de gemeente rechtstreeks alle dierenwelzijnsvragen kan handhaven.

Kinderboerderijadvies helpt om feiten, dierinhoudelijke aandachtspunten, gevolgen voor de leefomgeving
en mogelijke bevoegdheidssporen zorgvuldig uit elkaar te halen.

Van algemene zorg naar concrete feiten

Een melding als “de dieren worden slecht gehouden” is ernstig, maar nog onvoldoende specifiek voor een onderbouwde beoordeling.

Eerst moet duidelijk worden welke dieren aanwezig zijn, hoeveel dieren worden gehouden, wat feitelijk is waargenomen, wanneer de situatie speelt en welke gevolgen zichtbaar of aannemelijk zijn.

Ook moet onderscheid worden gemaakt tussen directe nood, structurele welzijnszorgen, hinder voor de omgeving en strijdig gebruik van grond of gebouwen.

Onbevestigde informatie wordt niet als feit opgenomen.

Dierenwelzijn en gemeentelijke onderwerpen scheiden

De NVWA houdt toezicht op regels voor het houden, huisvesten en verzorgen van dieren. Bij een dier in directe nood kan contact worden opgenomen via het landelijke meldnummer 144.

De gemeente kan afhankelijk van de situatie betrokken zijn bij andere onderwerpen, zoals het omgevingsplan, gebruik van grond en gebouwen, geur, mestopslag, veiligheid, openbare orde of lokale regels.

Een dierhouderij kan daardoor verschillende parallelle beoordelingssporen hebben. Goede samenwerking voorkomt dat iedere organisatie alleen naar haar eigen deel kijkt terwijl het totale probleem blijft bestaan.

Welke rol kan Kinderboerderijadvies vervullen?

Kinderboerderijadvies kan de dieren, huisvesting, terreinindeling, aantallen, voeropslag, mest, afrastering en praktische beheerbaarheid beschrijven en beoordelen.

Daarbij kan zichtbaar worden gemaakt:

  • Welke dierinhoudelijke zorgen feitelijk waarneembaar zijn.
  • Welke informatie nog ontbreekt.
  • Welke gevolgen voor de omgeving mogelijk relevant zijn.
  • Welke gemeentelijke of andere specialistische beoordeling nodig kan zijn.
  • Welke instantie voor een bepaald onderdeel benaderd kan worden.
  • Welke instantie is verantwoordelijk?
  • Gemeentelijke regels voor het houden van dieren.
  • Overlast door voer, mest en plaagdieren.

Dit is geen formeel handhavingsbesluit en geen vervanging van toezicht door de bevoegde instantie.

Zorgvuldig handelen bij tegengestelde belangen

Bij meldingen kunnen emoties en belangen sterk uiteenlopen. De dierhouder kan zich aangevallen voelen, terwijl omwonenden of melders vinden dat te weinig wordt gedaan.

Een onafhankelijke feitelijke beoordeling helpt om meningen, waarnemingen en wettelijke vragen van elkaar te scheiden. Daarmee krijgt de gemeente een beter onderbouwde basis voor communicatie en vervolgonderzoek.

Van melding naar vervolgstap

De uitkomst kan bestaan uit een feitelijke notitie, locatiebeoordeling, overzicht van aandachtspunten,
advies over aanvullende expertise of een voorstel voor afstemming met andere instanties.

Wanneer formele gemeentelijke maatregelen worden overwogen, moeten wettelijke grondslag, bevoegdheid,
proportionaliteit en handhaafbaarheid door de gemeente worden getoetst.

Een melding zorgvuldig laten beoordelen?

Wilt u weten welke feiten zichtbaar zijn, welke onderwerpen door elkaar lopen en welke vervolgstap passend kan zijn?

Neem contact op om de melding, beschikbare informatie en gewenste afbakening te bespreken.