Programma van uitgangspunten voor een nieuwe dierlocatie

Eerst dieren, functies, beheer en verantwoordelijkheden bepalen, daarna pas ontwerpen en bouwen.

Bij een nieuwe of volledig te herinrichten dierlocatie bestaat het risico dat te vroeg wordt begonnen met een plattegrond of bouwkundig ontwerp.
Wanneer nog niet duidelijk is welke dieren, functies en dagelijkse werkzaamheden een plek moeten krijgen,
kan een aantrekkelijk ontwerp ontstaan dat in de praktijk onvoldoende werkt.

Een programma van uitgangspunten beschrijft vooraf de dierinhoudelijke, functionele en organisatorische basis.
Het geeft richting aan ontwerpers, gemeente, beheerders en andere betrokken partijen.

Kinderboerderijadvies helpt om dierenwelzijn, bezoekers, educatie, werkbaarheid, routing, hygiëne,
veiligheid, beheer en toekomstig gebruik vanaf het begin met elkaar te verbinden.

De functie van de locatie als vertrekpunt

Eerst moet worden vastgesteld welke functie de nieuwe locatie krijgt. Wordt het een open kinderboerderij, een dierenweide, een educatieve locatie, een zorglocatie met dieren of een combinatie?

Ook bezoekersaantallen, openingstijden, educatie, vrijwilligers, dagbesteding en gewenste activiteiten hebben invloed op het ontwerp.

Een locatie zonder publieke toegang vraagt andere routing en voorzieningen dan een drukbezochte kinderboerderij met scholen, kinderen en direct diercontact.

Dierenkeuze vóór het ontwerp

De keuze voor diersoorten en aantallen bepaalt mede hoeveel ruimte, binnenverblijven, afzonderingsmogelijkheden, voeropslag en verzorgingscapaciteit nodig zijn.

Daarom moet vóór het ontwerpen worden beoordeeld:

  • Welke diersoorten bij de functie passen.
  • Welke groepssamenstellingen nodig zijn.
  • Hoe dieren zich aan bezoekers kunnen onttrekken.
  • Welke binnen- en buitenruimte nodig is.
  • Hoe quarantaine, ziekte en tijdelijke afzondering worden georganiseerd.
  • Welke kennis, registratie en dierenartszorg nodig zijn.
  • Of fok onderdeel wordt van het diermanagement.

Zo wordt voorkomen dat dieren later in een ontwerp moeten worden ingepast dat niet vanuit hun behoeften is ontwikkeld.

Routing voor dieren, verzorgers en bezoekers

Een goede locatie heeft verschillende gebruiksroutes die elkaar niet onnodig hinderen.

Verzorgers moeten voer, mest, materialen en dieren veilig kunnen verplaatsen. Bezoekers moeten intuïtief door het terrein worden geleid en duidelijke mogelijkheden hebben om handen te wassen. Dieren moeten rust, keuzevrijheid en terugtrekmogelijkheden houden.

Ook noodroutes, toegang voor dierenarts en hulpdiensten, bevoorrading en afvoer moeten vooraf worden meegenomen.

Beheerbaarheid en dagelijkse arbeid

Een ontwerp bepaalt hoeveel tijd nodig is voor voeren, schoonmaken, openen, sluiten, controleren en onderhouden.

Veel kleine verblijven, onlogische poorten, grote loopafstanden of moeilijk bereikbare mestopslag kunnen de dagelijkse belasting sterk vergroten. Daarom moet worden beoordeeld of de toekomstige organisatie voldoende mensen, kennis en financiële middelen heeft om het ontwerp duurzaam te beheren.

Verantwoordelijkheden vanaf het begin regelen

Voor ingebruikname moet duidelijk zijn wie eigenaar wordt van grond, gebouwen, inventaris en dieren. Ook beheer, onderhoud, dierenartszorg, registratie, verzekeringen en financiering moeten worden verdeeld.

Deze afspraken horen niet pas te ontstaan nadat de locatie is geopend.

Basis voor ontwerp en specialistische uitwerking

Het programma van uitgangspunten kan worden gebruikt als inhoudelijke basis voor architect, landschapsontwerper,
constructeur, installatieadviseur, veiligheidsdeskundige en gemeentelijke vergunningverleners.

Kinderboerderijadvies vervangt deze specialisten niet. De bijdrage bestaat uit het dierinhoudelijke en
functionele fundament waaraan verdere ontwerpen kunnen worden getoetst.

Toetsingslijn tijdens ontwerp en uitvoering

De vastgestelde uitgangspunten kunnen worden gebruikt bij beoordeling van een voorlopig ontwerp, definitief ontwerp en de situatie vóór ingebruikname.

Binnen het ZooCO Kwaliteitskader is bovendien vastgelegd dat een nieuw of ingrijpend aangepast dierenverblijf vooraf dierinhoudelijk moet worden beoordeeld. Zo worden uitgangspunten niet alleen bij de start benoemd, maar ook tijdens de verdere uitwerking gevolgd.

Beoordeling vóór uitvoering

Wanneer een voorlopig ontwerp beschikbaar is, kan het opnieuw worden beoordeeld vanuit dierenwelzijn,
beheer, routing, bezoekerscontact en praktische uitvoerbaarheid.

Ook vóór oplevering en ingebruikname is een controle waardevol.
Aanpassingen zijn meestal eenvoudiger wanneer zij worden ontdekt voordat dieren en bezoekers de locatie gebruiken.

Een nieuwe dierlocatie zorgvuldig voorbereiden?

Wilt u voorkomen dat belangrijke dierinhoudelijke en praktische voorwaarden pas tijdens of na de bouw zichtbaar worden?

Neem contact op om de functie, dieren, gebruikers, locatie en gewenste ontwerpuitgangspunten te bespreken.