Mest, schoonmaak, voeropslag en plaagdierpreventie
Problemen bij de bron voorkomen in plaats van alleen de gevolgen bestrijden.
Mest, voer, strooisel, afval, water en opslag vormen samen één hygiëneketen.
Wanneer één onderdeel onvoldoende wordt beheerd, kunnen vervuiling,
geuroverlast, dierziekten, bezoekersrisico’s en plaagdierproblemen ontstaan.
Schoonmaken met een duidelijk doel
Niet ieder oppervlak hoeft op dezelfde manier of even vaak te worden gereinigd. Wel moet duidelijk zijn welke plaatsen extra aandacht vragen, welke middelen worden gebruikt en hoe schoon en vuil materiaal gescheiden blijft.
Schoonmaakwerk moet uitvoerbaar zijn zonder dieren onnodig te belasten of vervuiling naar andere zones te verplaatsen.
Mest veilig en praktisch beheren
Mest hoort niet langdurig op publieksroutes, bij eetplaatsen of in bereik van bezoekers te blijven liggen.
Ook opslag en afvoer moeten passen bij de hoeveelheid mest, beschikbare ruimte, bereikbaarheid en omgeving. Een slechte opslagplaats kan terreinbeheer, plaagdierpreventie en burenrelaties tegelijk onder druk zetten.
Voeropslag en verspilling
Voer moet droog, herkenbaar en beschermd worden opgeslagen. Gemorst voer en langdurig aanwezige resten bieden voedsel aan ratten, muizen en vogels.
Ook de manier waarop dieren worden gevoerd speelt mee. Voer dat structureel in mest, urine, modder of stilstaand water terechtkomt, kan ongeschikt raken.
Preventie vóór bestrijding
Plaagdierpreventie begint bij het wegnemen van voedsel, water, toegang en schuilgelegenheid.
Wanneer bestrijding nodig is, kan aanvullende gespecialiseerde ondersteuning nodig zijn. Kinderboerderijadvies beoordeelt vooral de samenhang tussen dierhouderij, opslag, terrein en dagelijkse werkwijze.
De volledige hygiëneketen laten beoordelen?
Neem contact op om schoonmaak, mest, voeropslag en plaagdierpreventie gezamenlijk te bekijken.