Brandveiligheid, BHV & calamiteitenplan

Bij een calamiteit moeten mensen veilig handelen én moet noodzakelijke dierzorg kunnen doorgaan.

BHV gaat primair over mensen.

Een dierlocatie heeft daarnaast een tweede afhankelijkheid: dieren kunnen na een calamiteit niet zelfstandig naar huis en hebben ook bij brand, stroomuitval, waterstoring, ziekte-uitbraak of extreem weer verzorging nodig.

Daarom moet een dierlocatie niet alleen nadenken over evacuatie, maar ook over toegang, sleutels, achtervang, water, voer, medicatie, dierenartscontact en wie de dierzorg kan overnemen wanneer vaste mensen uitvallen.

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Praktijkvoorbeeld: Wat gebeurt er op zondagavond?

Overdag kent iedereen de locatie. Maar stel dat op zondagavond de stroom uitvalt en de elektrische watervoorziening stopt. Wie merkt dit? Wie heeft toegang?Wie weet welke dieren als eerste aandacht nodig hebben? Wie kan technisch veilig handelen? En wie neemt de beslissing wanneer de vaste beheerder niet bereikbaar is? 

Dit soort scenario's maakt duidelijk waarom een calamiteitenplan geen document voor de brandweer hoort te zijn. Het moet een werkbaar instrument voor de locatie zelf zijn.

Meer scenario’s dan alleen brand

Op een dierlocatie kunnen onder meer spelen:

  • Brand.
  • Ernstig letsel.
  • Dierontsnapping.
  • Stroom- of wateruitval.
  • Extreem weer.
  • Ziekte-uitbraak.
  • Uitval van een sleutelpersoon.

Niet ieder scenario vraagt een uitgebreid apart document. Wel moet vooraf duidelijk zijn wie handelt.

BHV en dierzorg zijn niet hetzelfde

BHV richt zich primair op mensen.

Dieren vragen aanvullende keuzes rond toegang, verzorging, water, huisvesting en eventuele evacuatie.

Daarom moet duidelijk zijn wie deze dierenzorg tijdens en na een calamiteit organiseert.

Een plan moet ook bruikbaar zijn wanneer vaste mensen er niet zijn

Een calamiteitenplan dat alleen door één beheerder wordt begrepen is kwetsbaar.
Contactgegevens, sleutels, bevoegdheden en achtervang moeten praktisch bruikbaar zijn wanneer een incident buiten reguliere tijden optreedt.

Oefenen en actualiseren

Een plan dat nooit wordt gebruikt of besproken kan ongemerkt verouderen.
Wijzigingen in gebouwen, dierenbestand of organisatie kunnen aanleiding geven tot actualisatie.

Eerst bepalen welke scenario’s relevant zijn

Bij een nulmeting wordt eerst gekeken welke afhankelijkheden voor deze locatie werkelijk kritisch zijn.

Daaruit volgt pas welke uitwerking passend is.

Is uw calamiteitenplan bruikbaar buiten kantooruren en zonder de vaste beheerder?

Een oud plan met verouderde telefoonnummers of dieren die inmiddels niet meer op de locatie aanwezig zijn kan schijnzekerheid geven.
KinderboerderijAdvies bekijkt binnen een nulmeting niet alleen of een plan bestaat, maar of de verantwoordelijkheden en kritieke afhankelijkheden nog aansluiten op de actuele locatie.
Waar een formele BHV-, brandveiligheids- of technische beoordeling nodig is, blijft die bij de daarvoor bevoegde specialist.