Biologische agentia & arbeidsgezondheid

Werken met dieren kan ook een arbeidsgezondheidskundig risico zijn.

Op dierlocaties kan blootstelling plaatsvinden aan bacteriën, virussen, schimmels, parasieten en ander biologisch materiaal.
Dat betekent dat diergezondheid en arbeidsveiligheid soms direct met elkaar samenhangen.
Een algemene RI&E moet daarom ook aansluiten op de werkzaamheden die daadwerkelijk op de dierlocatie plaatsvinden.

Waar kan blootstelling ontstaan?

Biologische blootstelling kan bijvoorbeeld voorkomen bij:

  • Contact met dieren.
  • Uitmesten en schoonmaken.
  • Mest en urine.
  • Geboorteproducten.
  • Stof en organisch materiaal.
  • Zieke dieren.
  • Plaagdieren.
  • Water en modder.
  • Prik- of snijincidenten.

Welke blootstelling relevant is, verschilt per locatie en taak.

Een bestaande RI&E kan te algemeen zijn

Een organisatie kan een formele RI&E hebben terwijl specifieke diergebonden werkzaamheden slechts beperkt zijn beschreven.

Dat zien we vooral wanneer de RI&E is opgesteld voor een veel bredere organisatie, bijvoorbeeld een gemeente of zorgorganisatie.

KinderboerderijAdvies kijkt daarom of de feitelijke werkzaamheden op de dierlocatie voldoende herkenbaar terugkomen.

Veilig werken begint vóór de handschoenen

Bij biologische risico's wordt soms snel gedacht aan handschoenen, mondbescherming of werkkleding.

Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen nodig zijn, maar vormen niet automatisch de eerste of enige maatregel.

Eerst moet worden gekeken of blootstelling aan de bron kan worden voorkomen of beperkt, bijvoorbeeld door een zieke diergroep af te zonderen, werkzones anders in te richten, schoon en vuil beter te scheiden of een andere werkmethode te kiezen. Pas daarna komen organisatorische maatregelen en uiteindelijk passende PBM in beeld. 

En PBM moeten vervolgens ook passen bij het risico, beschikbaar zijn, juist gebruikt worden, schoon of vervangen worden en op de juiste plaats worden opgeborgen. Een doos handschoenen op de plank is dus nog geen aantoonbaar werkend beschermingssysteem.

Bedrijfsarts, onderzoek en vaccinatie zijn geen ZooCO-beslissingen

Afhankelijk van de uitkomst van de arbeidsrisicobeoordeling kunnen arbeidsgezondheidskundige maatregelen relevant worden.
KinderboerderijAdvies bepaalt niet of een individuele medewerker een medisch onderzoek of vaccinatie nodig heeft.
Dat hoort bij werkgever, arbodienst en bedrijfsarts.
Wij kijken wel of deze professionele route tijdig in beeld komt en niet tussen dierhouderij en algemeen personeelsbeleid verdwijnt.

Bij biologische agentia kan de werkgever bovendien verplicht zijn werknemers bij aanvang van relevante werkzaamheden de gelegenheid te bieden tot arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Ook kan een vaccinatieaanbod onderdeel worden van de wettelijke preventieroute wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat dit aan de orde is. De individuele medische beoordeling blijft bij de bedrijfsarts.
KinderboerderijAdvies controleert niet de medische keuze van individuele werknemers.

De werkruimte telt ook mee

Veilig werken met dieren gaat niet alleen over het moment waarop iemand het dier aanraakt.
Ook de werkruimte moet passend zijn. Denk aan: goed schoon te houden vloeren en wanden, werkende afvoer, voldoende ruimte, geschikte verlichting, geen onnodige scherpe delen, vrije doorgangen en voldoende ventilatie.

Arboportaal noemt onder meer hygiënische, goed reinigbare vloeren, vrije noodroutes en een veilig ingerichte arbeidsplaats als aandachtspunten. Op een dierlocatie komen daar stof, vocht, organisch materiaal en soms dierenlucht bij. Een voerkeuken met vervuilde vloer, slecht aflopende afvoer en gereedschap door elkaar is daarom niet alleen een netheidsvraag.

Het kan dierengezondheid, voedselhygiëne, arbeidsveiligheid en infectiepreventie tegelijk raken.

Werknemer, vrijwilliger of zorgdeelnemer is niet hetzelfde

Een werknemer valt onder de arbeidsrechtelijke verantwoordelijkheid van zijn werkgever.

Voor vrijwilligers gelden de arboregels niet op ieder punt hetzelfde, maar bij onder meer
biologische agentia en bepaalde ernstige risico's gelden wel specifieke verplichtingen. 

Een zorgdeelnemer is op zijn beurt niet automatisch werknemer of vrijwilliger omdat hij meehelpt bij dierverzorging.

Een zorgdeelnemer die meehelpt is niet automatisch werknemer of vrijwilliger. Maar dat maakt de taak niet risicoloos.
Een zorgorganisatie moet vanuit haar eigen verantwoordelijkheid beoordelen of een activiteit passend is voor de deelnemer. T
egelijk moet de locatie zorgen dat de activiteit zelf veilig en hygiënisch georganiseerd is.

Daarom kijken wij bij zorglocaties altijd naar beide kanten.

Niet alleen: kan deze persoon dit?

Maar ook: is deze taak zó georganiseerd dat deze persoon dit verantwoord kan doen?

Zijn positie hangt dus af van de feitelijke situatie en zorgconstructie. Maar ongeacht het etiket moet een zorgorganisatie wel beoordelen of de activiteit
passend en veilig is voor de deelnemer, terwijl de locatie de activiteit veilig moet organiseren.

Ook vrijwilligers verdienen aandacht

Vrijwilligers vallen niet automatisch onder exact dezelfde regels als werknemers.

Maar dat betekent niet dat arbeidsveiligheid buiten beeld mag blijven.
Voor bepaalde ernstige risico’s, waaronder biologische agentia, gelden ook bij vrijwilligers specifieke arbovoorschriften.

Begin bij de feitelijke werkzaamheden

Daarom heeft het weinig zin om een standaardlijst maatregelen op iedere locatie te plakken.

Een nulmeting maakt eerst zichtbaar wie welke werkzaamheden uitvoert en waar mogelijke blootstelling ontstaat.

Van daaruit kan gericht worden bepaald welke vervolgstap nodig is.

Zijn biologische risico’s werkelijk onderdeel van uw veiligheidsbeleid?

Een algemene RI&E kan aanwezig zijn zonder dat werkzaamheden met dieren, mest, geboorteproducten,
plaagdieren, stof of zieke dieren voldoende herkenbaar zijn meegenomen.
Ook vrijwilligers, stagiairs en zorgdeelnemers kunnen werkzaamheden uitvoeren waarbij hun juridische positie
en bescherming anders zijn dan die van werknemers.
KinderboerderijAdvies beoordeelt geen individuele medische situatie en vervangt geen bedrijfsarts of arbodienst.

Wij kunnen wel signaleren waar de dierlocatie en de bestaande arbeidsveiligheidsstructuur onvoldoende op elkaar aansluiten.