Plaagdieren, mest, water & besmettingsroutes

Ratten en muizen zijn niet alleen een probleem van overlast of voer verlies.

Op een dierlocatie kunnen plaagdieren, mest, water en terreinbeheer rechtstreeks samenhangen met diergezondheid, infectiepreventie en arbeidsveiligheid.
Daarom begint goed plaagdierbeheer bij preventie en inrichting, niet pas bij bestrijding.

Waarom dierlocaties aantrekkelijk zijn

Dieren brengen voer, stro, mest, water en beschutte ruimten met zich mee.
Dat zijn precies de omstandigheden waarin ratten en muizen gemakkelijk voedsel en schuilplaatsen kunnen vinden.

Een terugkerend plaagdierprobleem heeft daardoor vaak niet één oorzaak.

Gezondheid hoort bij dezelfde beoordeling

Plaagdieren kunnen ziekteverwekkers verspreiden.

Bij leptospirose kunnen bijvoorbeeld ratten en muizen een rol spelen en kan besmet water of modder onderdeel van de blootstellingsroute zijn.

Daarom moet plaagdierbeheer worden verbonden met hygiëne, terreinbeheer en werkzaamheden.

Bestrijden zonder oorzaak aan te pakken is geen structurele oplossing

Goede preventie kan samenhangen met:
voeropslag, afval, mest, gebouwen, begroeiing, water, beschadigde constructies en dagelijkse schoonmaak.
Welke daarvan op een locatie de belangrijkste factor is, verschilt.
Daarom publiceren we geen algemene zelfcontrole waarmee iedere locatie dezelfde maatregelen krijgt.

Mest is tegelijk een gezondheids-, milieu- en beheervraagstuk

Mest hoort bij iedere dierlocatie.

Maar waar en hoe mest wordt verzameld, opgeslagen en afgevoerd heeft gevolgen die verder gaan dan geur of netheid. Een onvoldoende beheerste mestopslag kan samenhangen met: infectierisico, vliegen en andere plaagdieren, geurhinder, uitspoeling, bodem- en waterkwaliteit, publiekscontact, werkveiligheid en overlast voor de omgeving.

Afhankelijk van de situatie kunnen bovendien mest-, omgevings-, bodem- of lokale regels van toepassing zijn. Ook bij hobbymatig gehouden dieren gelden niet automatisch helemaal geen mestregels. IPLO wijst er bijvoorbeeld op dat regels voor mestopslag onder het omgevingsplan ook bij hobbymatig houden een rol kunnen spelen, afhankelijk van omvang en duur van de opslag. RVO wijst daarnaast op regels voor het gebruik van mest en op de gevolgen van teveel stikstof en fosfaat voor grond- en oppervlaktewater.
Daarom vraagt KinderboerderijAdvies niet alleen: “Wordt de mest afgevoerd?”
maar ook: “Past de manier waarop de locatie ermee omgaat bij dieren, werknemers, bezoekers, terrein en omgeving?”

Voorbeeld: Een mesthoop achter op het terrein kan jarenlang geen klachten geven.
Maar wanneer bezoekers erbij kunnen, regenwater door de opslag naar een sloot loopt, vliegenoverlast ontstaat of de capaciteit
door meer dieren structureel te klein is geworden, verandert dezelfde mesthoop ineens in meerdere vraagstukken tegelijk.
Dat soort verbanden is precies wat een losse checklist vaak mist.

Wij voeren zelf geen bodem- of milieutechnisch onderzoek uit. Waar zo'n beoordeling nodig is, wordt dat juist als vervolgstap benoemd.

Water en nat terrein

Sloten, poelen, plassen en langdurig natte terreindelen kunnen behalve terreinproblemen ook een gezondheidscomponent hebben.
Dat betekent niet dat ieder waterpunt gevaarlijk is.

Wel moet worden herkend wanneer werkzaamheden of intensief contact aanleiding geven tot aanvullende beoordeling.

Nulmeting legt verbanden bloot

Tijdens een nulmeting kijken we niet alleen naar de aanwezigheid van ratten.

We kijken breder naar de samenhang tussen dierhouderij, terrein, dagelijkse werkwijze en verantwoordelijkheden.

Daarna kan worden bepaald welke deskundige aanpak nodig is.

Blijven ratten, vliegen, mest of natte terreindelen terugkeren?

Dan is alleen bestrijden of schoonmaken vaak onvoldoende.
Voeropslag, terrein, gebouwen, water, mest, dagelijkse werkzaamheden en plaagdierpreventie beïnvloeden elkaar.
Daarnaast kunnen gezondheid, bodem, waterkwaliteit en omgevingsregels tegelijk relevant worden.
KinderboerderijAdvies kijkt tijdens een nulmeting naar die samenhang.
Waar bijvoorbeeld een professionele plaagdierbestrijder, milieudeskundige, waterschap of andere specialist nodig is, wordt dat gericht aangegeven.