Q-koorts op kinderboerderijen en zorglocaties

Verplichte vaccinatie, geboorteperiodes, bezoekersveiligheid en de dagelijkse organisatie van infectiepreventie.

Q-koorts vraagt meer dan een vaccinatieafspraak

Q-koorts is een infectieziekte die van dieren op mensen kan overgaan.
De ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie
Coxiella burnetii. Vooral schapen, geiten en runderen kunnen een bron vormen,
maar ook andere diersoorten kunnen besmet raken. 
Mensen raken meestal besmet door het inademen van lucht
waarin de bacterie aanwezig is. Vooral tijdens geboortes en miskramen kunnen grote hoeveelheden bacteriën in de omgeving terechtkomen.
Voor kinderboerderijen, zorgboerderijen en andere locaties waar bezoekers in contact kunnen komen
met schapen of geiten, gelden daarom specifieke wettelijke maatregelen.

KinderboerderijAdvies kan helpen eoordelen of deze maatregelen niet alleen administratief,
maar ook in de dagelijkse praktijk goed zijn georganiseerd.

Wanneer is vaccinatie verplicht?

Volgens de NVWA geldt een jaarlijkse vaccinatieplicht tegen Q-koorts voor schapen en geiten op locaties waar deze dieren met het publiek in contact kunnen komen. Dit geldt bijvoorbeeld voor kinderboerderijen en locaties met lammetjes-aaidagen.

Voor dieren die onder de vaccinatieplicht vallen, gelden onder andere de volgende eisen:

  • Vanaf de leeftijd van drie maanden moeten dieren worden gevaccineerd, behoudens de toepasselijke uitzonderingen.

  • Dieren die nog niet eerder zijn gevaccineerd, krijgen een basisvaccinatie van twee injecties met drie weken ertussen.

  • Daarna volgt jaarlijks een herhalingsvaccinatie, binnen twaalf maanden na de vorige vaccinatie.

  • De vaccinatie moet binnen zeven dagen in het I&R-systeem van RVO worden geregistreerd.

  • Bij aanvoer van schapen of geiten naar een publiekslocatie moet ook worden voldaan aan de toepasselijke vaccinatievoorwaarden.

De NVWA beschrijft uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde dieren die jonger zijn dan drie maanden of in het eerste levensjaar worden geslacht en waarmee niet wordt gefokt. Of een uitzondering daadwerkelijk geldt, moet per dier en situatie worden vastgesteld.

Het is verstandig dat de locatie over een actueel overzicht beschikt waarin per dier zichtbaar is wanneer de vaccinatie is uitgevoerd, wanneer de volgende nodig is en of de registratie correct is verwerkt.

Geboortes en miskramen: een bijzonder risico

Bij het aflammeren kunnen grote hoeveelheden Q-koortsbacteriën vrijkomen. Ook bij een miskraam bestaat dit risico.

Op publiekslocaties moeten bezoekers daarom worden weggehouden bij schapen en geiten tijdens het aflammeren.

Dat vraagt om meer dan een bord op het hek. Er moeten ook passende afspraken zijn over de locatie van de geboortes, toegang tot de dieren, de verzorging, schoonmaak, materialen en het voorkomen van verspreiding naar publieke ruimten.

Voor medewerkers en vrijwilligers die bij geboortes betrokken zijn, moet bovendien worden beoordeeld welke infectiepreventiemaatregelen noodzakelijk zijn. Bij medische of arbeidsgezondheidskundige vragen worden de dierenarts, bedrijfsarts of GGD betrokken.

Bezoekers, medewerkers en kwetsbare groepen

Q-koorts is voor veel mensen niet direct herkenbaar.
Een besmetting kan zonder klachten verlopen, maar kan ook ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.
Voor onder andere zwangere vrouwen en personen met bepaalde onderliggende aandoeningen kunnen extra gezondheidsrisico's bestaan.

Naast wettelijke maatregelen voor de dierhouderij zijn daarom duidelijke bezoekersinformatie, handhygiëne en
passende werkafspraken belangrijk. Bezoekers mogen tijdens het aflammeren niet bij de betrokken schapen of geiten komen.

Op zorglocaties moet bovendien worden afgestemd welke activiteiten vanuit de gezondheid en mogelijkheden van de deelnemers verantwoord zijn. De zorgorganisatie en de dierhouderij hebben daarbij ieder hun eigen verantwoordelijkheden.

Wat als een besmetting wordt vermoed?

Bij een vermoeden van Q-koorts bij gehouden dieren geldt een meldplicht. Neem direct contact op met het Landelijk meldpunt dierziekten van de NVWA via 045 546 31 88 en betrek de dierenarts.

Laat verdere veterinaire beoordeling en maatregelen aan de bevoegde instanties en deskundigen over.

Een interne werkinstructie moet duidelijk maken wie de melding doet, hoe betrokken medewerkers worden geïnformeerd en hoe bezoekers en andere dieren voorlopig worden beschermd.

Hoe ondersteunt KinderboerderijAdvies?

KinderboerderijAdvies kan beoordelen of de organisatie van de dierhouderij voldoende rekening houdt met Q-koorts.

Daarbij kunnen vaccinatieadministratie, I&R, de voorbereiding van geboortes, publiekscontact, hygiëne, schoonmaakafspraken, verantwoordelijkheden en protocollen worden meegenomen.

Ook kan worden geholpen om noodzakelijke verbeteringen te vertalen naar praktische werkafspraken die door medewerkers en vrijwilligers daadwerkelijk kunnen worden gevolgd.

Veterinaire diagnostiek, vaccinatie en medische risicobeoordeling blijven bij de daarvoor bevoegde deskundigen.

Q-koortsmaatregelen laten beoordelen?

Wilt u weten of uw kinderboerderij, dierenweide of zorglocatie de Q-koortsmaatregelen goed heeft georganiseerd?
Of wilt u infectiepreventie breder laten beoordelen?

KinderboerderijAdvies kan dit meenemen in een gerichte beoordeling, nulmeting of traject voor periodieke kwaliteitsborging.