Verzelfstandiging, beheerconstructie en exploitatie
Welke beheerorganisatie past bij de maatschappelijke functie, dieren en gemeentelijke rol?
Een kinderboerderij of dierenweide kan jarenlang functioneren binnen een historisch gegroeide beheerconstructie.
De gemeente voert werkzaamheden zelf uit, vrijwilligers nemen taken over, een stichting ontvangt subsidie
of een externe organisatie verzorgt delen van het beheer. Zolang dit goed loopt, ontstaat niet altijd aanleiding om de organisatie
opnieuw te bekijken. Dat verandert wanneer bijvoorbeeld de kosten toenemen, personeel verdwijnt,vrijwilligers moeilijker
beschikbaar zijn, verantwoordelijkheden onduidelijk worden of de gemeente een andere rol wil innemen.
Dan ontstaat de vraag: welke beheerconstructie past op langere termijn bij deze dierlocatie?
Verzelfstandiging kan daarbij één van de mogelijkheden zijn. Het is geen doel op zichzelf.
Eerst bepalen wat behouden moet blijven
Een besluit over de toekomstige organisatie begint niet bij de rechtsvorm.
Eerst moet duidelijk zijn welke functie de locatie moet blijven vervullen.
Bijvoorbeeld:
- Dieren houden en inwoners daarmee laten kennismaken.
- Natuur- en milieueducatie.
- Ontmoeting en recreatie.
- Vrijwilligerswerk.
- Participatie en activering.
- Dagbesteding of leerwerkactiviteiten.
- Buurtactiviteiten.
- Een bredere maatschappelijke functie als groene ontmoetingsplek.
Daarna kan worden onderzocht welke organisatie voldoende mensen, kennis, financiële ruimte en continuïteit heeft om die functie verantwoord uit te voeren.
De gemeente Culemborg volgt bij de actuele verzelfstandiging van Kinderboerderij De Heuvel bijvoorbeeld een vergelijkbare lijn. Daar worden maatschappelijke functies gekoppeld aan organisatie, eigendom, beheer, onderhoud, personeel en een meerjarenbegroting voordat de gemeenteraad definitief over de verzelfstandiging beslist.
Verzelfstandiging is meer dan het beheer overdragen
Wanneer een kinderboerderij wordt verzelfstandigd, verdwijnt de gemeentelijke betrokkenheid niet automatisch.
Er moeten juist nieuwe en duidelijke afspraken ontstaan.
Afhankelijk van de gekozen constructie kan bijvoorbeeld moeten worden bepaald:
- Wie eigenaar blijft van grond en gebouwen.
- Wie eigenaar en houder van de dieren wordt.
- Wie verantwoordelijk is voor dagelijks beheer.
- Wie werkgever is van betaald personeel.
- Wie vrijwilligers aanstuurt.
- Wie dierenartszorg organiseert en betaalt.
- Wie verantwoordelijk is voor UBN, I&R en andere registraties.
- Wie klein, planmatig en groot onderhoud uitvoert.
- Welke investeringen voor rekening van de gemeente blijven.
- Welke verzekeringen nodig zijn.
- Welke maatschappelijke prestaties worden verwacht.
- Welke structurele subsidie of andere financiering beschikbaar is.
- Welke inkomsten de exploitant zelf mag of moet genereren.
- Hoe kwaliteit wordt gevolgd.
- Wat gebeurt wanneer de exploitatie financieel of organisatorisch niet meer haalbaar blijkt.
Een overdracht zonder deze onderwerpen vooraf voldoende uit te werken kan vooral bestaande onduidelijkheid naar een nieuwe organisatie verplaatsen.
Verschillende beheerconstructies zijn mogelijk
Er bestaat niet één standaardmodel voor een gemeentelijke dierlocatie. Afhankelijk van de lokale situatie kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
Gemeentelijk beheer
De gemeente blijft zelf verantwoordelijk voor een belangrijk deel van personeel, dagelijkse organisatie en exploitatie. Dat kan duidelijkheid geven over aansturing en verantwoordelijkheden, maar vraagt ook structurele gemeentelijke capaciteit en specialistische kennis.
Zelfstandige stichting
Een stichting kan verantwoordelijk worden voor het dagelijkse beheer en de exploitatie. De gemeente kan daarbij eigenaar van terrein of gebouwen blijven en de maatschappelijke functie financieel ondersteunen. Een bestaande gemeentelijke subsidieregeling voor Kinderboerderij Klein Boveneind laat zien dat extern verzelfstandigd beheer bijvoorbeeld gecombineerd kan worden met gemeentelijk eigendom, verhuur, subsidie, afspraken over onderhoud en periodiek overleg over kwaliteit en prestaties.
Externe beheer- of uitvoeringsorganisatie
De gemeente kan bepaalde werkzaamheden laten uitvoeren door een externe organisatie. Dan moet eerst duidelijk zijn welke werkzaamheden werkelijk als opdracht worden verstrekt en welke verantwoordelijkheden bij de gemeente blijven. Afhankelijk van de feitelijke rechtsverhouding kunnen aanbestedingsregels relevant zijn. De naam die partijen aan een overeenkomst geven is daarbij niet doorslaggevend. PIANOo benadrukt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen subsidie, waarmee beleidsdoelen worden gestimuleerd, en een overheidsopdracht waarmee een gemeente een eigen inkoopbehoefte laat uitvoeren.
Samenwerkings- of combinatiemodel
Ook combinaties zijn mogelijk. Een stichting kan bijvoorbeeld de dierhouderij en publieksfunctie beheren, terwijl een zorgorganisatie dagbesteding verzorgt en de gemeente eigenaar van vastgoed blijft. Juist bij zulke constructies moeten verantwoordelijkheden scherp worden gescheiden. Anders kan onduidelijk worden welke partij beslist, betaalt of verantwoordelijk is wanneer zich een probleem voordoet.
Uit de praktijk: eerst bepalen wat daadwerkelijk wordt overgedragen
Bij een voorgenomen verzelfstandiging kan de aandacht snel uitgaan naar de nieuwe stichting of beheerorganisatie.
De eerste vraag moet echter zijn wat deze organisatie feitelijk gaat overnemen.
Gaat het alleen om dagelijkse dierzorg en publieksactiviteiten? Ook om personeel?
Worden dieren eigendom van de nieuwe organisatie? Wie blijft verantwoordelijk voor gebouwen, hekwerken en groot onderhoud?
Welke achterstanden of investeringen bestaan al op het moment van overdracht?
Wanneer dit vooraf onvoldoende duidelijk is, kan een nieuwe organisatie starten met verantwoordelijkheden en kosten die in de exploitatie niet waren voorzien.
Daarom is een nulmeting of overdrachtsinventarisatie juist vóór een nieuwe beheerconstructie waardevol.
Het doel is niet om verzelfstandiging moeilijker te maken, maar om ervoor te zorgen dat gemeente en toekomstige beheerorganisatie weten waar zij aan beginnen.
Exploitatie moet vooraf realistisch worden doorgerekend
Een nieuwe beheerconstructie is alleen toekomstbestendig wanneer de exploitatie structureel haalbaar is.
Daarbij gaat het niet alleen om voer en dierenartszorg.
Afhankelijk van de locatie kunnen bijvoorbeeld kosten ontstaan voor:
- Personeel.
- Vrijwilligersbegeleiding.
- Diervoeding.
- Dierenartszorg en geneesmiddelen.
- Huisvesting en onderhoud.
- Gas, water en elektriciteit.
- Verzekeringen.
- Registratie en administratie.
- Schoonmaak en hygiëne.
- Afval en mest.
- Plaagdierbeheersing.
- Veiligheid.
- Educatie en activiteiten.
- Scholing.
- Inspecties en kwaliteitsborging.
- Vervanging van materiaal en voorzieningen.
- Onvoorziene diergeneeskundige of technische kosten.
Gemeentelijke subsidieregelingen laten zien dat beheer en exploitatie van kinderboerderijen daadwerkelijk als afzonderlijke structurele kostenposten worden beschouwd. Zo benoemt de gemeente Vijfheerenlanden onder exploitatie onder meer diervoeding, dierverzorging, verzekeringen, verwarming, schoonmaak, alarm en onderhoud.
Een exploitatiemodel dat alleen sluit doordat structurele kosten worden onderschat of noodzakelijk onderhoud wordt uitgesteld, is geen duurzame verzelfstandiging.
Vrijwilligers zijn waardevol, maar geen sluitpost
Vrijwilligers kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een kinderboerderij.
Bij een nieuwe beheerconstructie moet echter realistisch worden beoordeeld welke werkzaamheden door vrijwilligers kunnen worden uitgevoerd en voor welke taken structurele deskundigheid, verantwoordelijkheid of beschikbaarheid noodzakelijk blijft.
Een exploitatiemodel dat financieel alleen haalbaar lijkt wanneer betaald werk grotendeels door vrijwilligers wordt overgenomen, verdient daarom een afzonderlijke toets op uitvoerbaarheid en continuïteit.
Daarbij moet ook rekening worden gehouden met vakantie, ziekte, uitval van sleutelpersonen en wisseling van bestuur.
Eigendom en exploitatie uit elkaar houden
Verzelfstandiging van de exploitatie betekent niet noodzakelijk dat grond, gebouwen of andere voorzieningen moeten worden overgedragen.
Een gemeente kan bijvoorbeeld eigenaar blijven en het terrein of vastgoed verhuren of in gebruik geven aan de exploitant.
Daarbij moeten verantwoordelijkheden voor onderhoud en investeringen concreet worden verdeeld.
Een algemene afspraak dat één partij verantwoordelijk is voor “het onderhoud” is bij een dierlocatie meestal onvoldoende.
Het kan noodzakelijk zijn onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld:
- Dagelijks onderhoud.
- Klein technisch onderhoud.
- Planmatig onderhoud.
- Groot onderhoud.
- Vervanging van verblijven.
- Hekwerken.
- Bomen en groen.
- Waterkanten.
- Nutsvoorzieningen.
- Speelvoorzieningen.
- Calamiteitenschade.
Dit onderwerp sluit daarom rechtstreeks aan op de pagina Huur-, gebruiks- en subsidieafspraken.
Eerst nulmeten voordat een nieuwe constructie wordt gekozen
Wanneer een gemeente overweegt het beheer anders te organiseren, is het belangrijk dat vooraf duidelijk is wat de nieuwe organisatie daadwerkelijk overneemt.
Een quickscan of nulmeting kan bijvoorbeeld zichtbaar maken:
- Welke dieren aanwezig zijn.
- Welke verplichtingen en registraties bestaan.
- Welke onderhoudsachterstanden aanwezig zijn.
- Welke documenten ontbreken.
- Welke verbetermaatregelen nog openstaan.
- Welke personele en vrijwilligerstaken nodig zijn.
- Welke overeenkomsten bestaan.
- Welke kosten structureel terugkomen.
- Welke investeringen op korte termijn noodzakelijk kunnen worden.
- Welke maatschappelijke functies worden uitgevoerd.
Daarmee wordt voorkomen dat een nieuwe stichting of beheerorganisatie kort na de overdracht wordt geconfronteerd met verplichtingen of achterstanden die vooraf onvoldoende zichtbaar waren.
Van beheerkeuze naar formele afspraken
Wanneer de gewenste beheerconstructie is gekozen, volgt de verdere uitwerking.
Afhankelijk van de situatie kan dat onder meer betekenen:
- Huur- of gebruiksafspraken.
- Subsidievoorwaarden.
- Beheerovereenkomst.
- Samenwerkingsovereenkomst.
- Personele overdracht.
- Eigendomsafspraken.
- Onderhoudsverdeling.
- Opdrachtverlening.
- Inkoop of aanbesteding.
- Prestatieafspraken.
- Rapportage en evaluatie.
- Kwaliteitsborging.
Niet ieder instrument is in iedere situatie passend.
Ook is het juridisch relevant of feitelijk sprake is van subsidie of van een overheidsopdracht. PIANOo wijst erop dat dit wordt bepaald door de werkelijke inhoud van de rechtsverhouding en niet uitsluitend door de gekozen naam.
KinderboerderijAdvies ondersteunt daarom bij de dierinhoudelijke, organisatorische en praktische voorbereiding. De formele juridische, fiscale, arbeidsrechtelijke en aanbestedingsrechtelijke beoordeling blijft bij de daarvoor bevoegde deskundigen van of namens de gemeente.
Na verzelfstandiging begint de borging
Een nieuwe stichting, overeenkomst of beheerconstructie is geen eindpunt.
Na overdracht veranderen dieren, medewerkers, vrijwilligers, bestuurders, financiële omstandigheden en regelgeving verder.
Daarom moet ook vooraf worden bepaald hoe gemeente en exploitant volgen of:
- De maatschappelijke functie wordt uitgevoerd.
- Dierenwelzijn en dierzorg op orde blijven.
- Registraties actueel zijn.
- Onderhoud wordt uitgevoerd.
- Financiële afspraken haalbaar blijven.
- Afgesproken kwaliteit wordt geleverd.
- Verbeterpunten daadwerkelijk worden afgerond.
Periodieke kwaliteitsborging kan daarmee onderdeel worden van de nieuwe beheerconstructie.
Het ZooCO Kwaliteitskader Publieke Dierlocaties en een serviceovereenkomst kunnen daarbij ondersteuning bieden.
Overweegt uw gemeente een andere beheerconstructie?
Verzelfstandiging, overdracht aan een stichting of samenwerking met een andere beheerorganisatie kan kansen bieden, maar verandert ook de verdeling van eigendom, verantwoordelijkheden, personeel, onderhoud, financiering en kwaliteitsborging.
KinderboerderijAdvies kan helpen om vóór die keuze de bestaande situatie,
maatschappelijke functie, beheerlast en benodigde kwaliteit in beeld te brengen.
Daarna kan worden bepaald welke uitgangspunten een toekomstige beheerconstructie moet bevatten
en welke juridische, financiële of arbeidsrechtelijke expertise aanvullend nodig is.
Zo wordt niet alleen gekeken naar wie de locatie straks beheert, maar ook naar wat nodig is om de locatie daarna duurzaam te laten functioneren.